Deel 2: Hoe schrijf je een bericht? Taalhandelingen

Hoe stel jij een bericht op? Waar let je op en waar sta je bij stil? In deel 1 las je de belangrijkste vragen die je helpen om een bericht te analyseren. Nu duiken we hier dieper in en bespreken we de eerste 2 “Taalhandelingen” die je kunt gebruiken om een bericht correct te analyseren.

Taalhandelingen

Om de – onderliggende – behoefte van de schrijver te achterhalen, vraagt een bericht om een gestructureerde analyse van het taalgebruik (woorden, zinnen, interpunctie). De eCoachPro-methode heeft de taalhandeling gestructureerd zodat ze makkelijk toe te passen zijn als je een bericht gaat analyseren. De taalhandelingen, ontwikkeld door de taalkundige Searle (1976), tonen wat de schrijver bewust of onbewust aan de lezer, de cliënt in dit geval, wil meegeven. Taalhandelingen zijn op te splitsen in de volgende vijf categorieën:

assertieven: de cliënt geeft informatie over de (eigen) situatie

directieven: de cliënt probeert jouw gedrag te beïnvloeden

expressieven: de cliënt uit of benoemt zijn gevoelens

commissieven: de cliënt doet beloftes of toezeggingen

declaratieven: de cliënt doet activerende uitspraken.

Door per bericht te bepalen wat voor type taalhandeling de cliënt gebruikt, ontstaat een beter (objectief) beeld van de (onderliggende) behoefte van de cliënt. Een bericht met bijvoorbeeld een aantal directieven betekent dat de cliënt je probeert te beïnvloeden, omdat hij iets van je nodig heeft. Hij stelt bijvoorbeeld een vraag, verzoekt om informatie of vraagt je in jouw manier van doen of benadering iets anders te doen.

Een cliënt die assertieven gebruikt, probeert duidelijk te maken hoe zijn werkelijkheid eruitziet door zijn bril. Hier kun je overtuigingen, beweringen en conclusies ontdekken. Bij het gebruik van assertieven die bijvoorbeeld veronderstellingen en/of overtuigingen bevatten, is het voor de begeleider een uitdaging deze terug te geven aan de cliënt en ze samen te onderzoeken. Als je als begeleider merkt dat je in de hulpstand schiet – je wilt de cliënt ondersteunen met uitleg, advies of oplossingen – dan staan er waarschijnlijk veel directieven en expressieven in het bericht.

Bij elk bericht dat je leest, kan een gevoel of emotie bij jou als lezer ontstaan. Door te onderzoeken of in de tekst expressieven gecombineerd met assertieven staan, kan min of meer objectief bekeken worden of die emotie daadwerkelijk door de cliënt wordt genoemd of dat het een onderdeel is van jouw interpretatie.

(Waringa, A., Ribbers, A., & Peters, M. 2013).

Opdracht: analyseer een bericht volgens deze taalstrategieën. Wat vertelt dit jou over wat jouw cliënt eigenlijk wil zeggen?

Naast taalhandelingen zijn er ook taalstrategieën die bijdragen aan effectieve online begeleiding. Hier lees je meer over in de deel 3!

Bron: Tijdschrift voor Coaching, september 2013-03. Kloosterhof.

Auteurs: Alexander Waringa, Anne Ribbers en Marjanne Peters

Meer weten over Taalhandelingen en de eCP-methode voor online begeleiding? Klik hier

 

Pluform: personal online development

Plaats een reactie