Wat is hybride begeleiding en waarom is dit effectief in het onderwijs?

Wat is hybride begeleiding en waarom is dit effectief in het onderwijs?

Steeds meer onderwijsprofessionals starten met de online begeleiding van studenten. Ook houden onderwijsinstellingen zich steeds vaker bezig met de integratie van deze vorm van studentbegeleiding. Deze trend is ook bij eCollegePro duidelijk zichtbaar die de afgelopen tijd veel inspiratiesessies en masterclasses bij onderwijsinstellingen hebben gegeven. Zo ook op 26 januari bij de Hogeschool van Rotterdam. Vaak wordt binnen onderwijsinstellingen online begeleiding ingezet in combinatie met face-to-face meetings. Deze vorm wordt ook wel Hybride begeleiding genoemd. Elke overgang brengt echter ook vragen met zich mee. Waarom is deze vorm van studentbegeleiding eigenlijk zo effectief? En waarom zou een onderwijsinstelling hiervoor kiezen? Pieter de Wit schreef hierover de onderstaande blog.

Zes redenen waarom hybride begeleiding in het hoger onderwijs kansen biedt

-Pieter de Wit-

Hybride begeleiding – een effectieve mix van (traditionele) face to face en online begeleiding – wint aan terrein in het hoger onderwijs. En dat is goed nieuws. In het boek ‘E-coaching, direct aan de slag met het nieuwe coachen’ van Ribbers en Waringa (3e druk – 2016), worden op basis van wetenschappelijk onderzoek tal van redenen en voorbeelden gegeven over de meerwaarde van e-coaching in begeleidingstrajecten. In onder andere de gezondheidszorg en het bedrijfsleven heeft de krachtige mix van begeleidingsmomenten haar meerwaarde al bewezen. Het hoger onderwijs volgt geleidelijk in deze ontwikkeling.

Vooropgesteld is het hoger onderwijs enorm in ontwikkeling, waarbij docenten steeds meer een coachende rol aannemen. Ze begeleiden studenten als het ware door een wereld van (beschikbare) kennis en interacties, zetten hun vakinhoudelijke expertise en vaardigheden in om leerervaringen te bewerkstelligen en verbindingen te leggen met de beroepspraktijk (bijvoorbeeld binnen een concept als ‘Flipping the classroom’). Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat begeleiding dus zoveel mogelijk ‘het onderwijs is’. In de vorm van feedback, coaching en begeleiding, zowel op individueel niveau als in interactie met medestudenten en (andere) docenten. Ofwel; elke docent is een studentbegeleider. Uiteraard is er daarnaast noodzaak tot meer specialistische coaches en begeleiders voor uiteenlopende uitdagingen.

In deze blog beschrijf ik zes punten waarbinnen hybride begeleiding de onderwijscomponent begeleiding/coaching verrijkt (zowel individuele- als groepsbegeleiding). Vooraf wil ik nogmaals benadrukken dat het niet of-of is, maar vooral én-én. Dus face to face én online, individuele begeleiding én in groepen met wisselende samenstellingen en aantallen.

1.   De mix van face to face en online zorgt voor meer diepgang.

Doordat er meer (in duur langere en kortere) contactmomenten zijn neemt de betrokkenheid van studenten toe. Een hogere frequentie van contactmomenten maakt dat de begeleiding dichtbij de dagelijkse onderwijspraktijk ligt. Het delen van (leer)ervaringen in bijvoorbeeld een e-coach tool kan letterlijk de hele dag door. Ze zijn dan nog vers van de pers en gemakkelijker te verwoorden. Dat betekent overigens niet dat de docent ook direct moet reageren. Soms is het effectiever als het antwoord eerst van medestudenten komt en je spreekt altijd een aanvaardbare reactietermijn af, waarbinnen een docent zal reageren.

Het leren door een verschil in reflectietijd. Face to face (synchrone) communicatie zorgt voor snelle afstemming en ‘direct verder kunnen’. Asynchrone communicatie biedt de student weer meer reflectietijd . Bovendien stelt het schrijven zelf de studenten in staat tot ‘verwerking’ en biedt het de mogelijkheid zichzelf beter te observeren. Begeleiding binnen een goede e-coachtool maakt bovendien snel en eenvoudig terugblikken mogelijk.

2.   De ervaring van klein binnen groot; geborgenheid.

Ook (of juist) in het hoger onderwijs heeft de student een sterke behoefte aan binding. Niet alleen met zijn medestudenten, maar juist ook met docenten. Laatst vertelde een docent in het kader van studiebegeleiding mij: ‘Het lijkt wel alsof steeds meer studenten op jonge leeftijd al een verhaal hebben.’ Door het effectief inzetten van hybride begeleiding voelt de student zich erkend en gehoord, ook als hij bijvoorbeeld tijdens een zes maande durende stage tijdelijk uit zicht is. Daarover later meer. Er is gevoelsmatig een sterke verbinding met de onderwijsomgeving, docenten en medestudenten. Daarnaast betekent klein binnen groot ook dat je recht kun doen aan individuen als topsporters, langer studerenden, langdurig en/of chronisch afwezigen, internationale studenten, studenten met een functiebeperking, enzovoorts.

3.   Tijd is kostbaar.

Punt twee is voor vrijwel alle onderwijsprofessionals een sterke wens. Tegelijkertijd is de factor tijd een schaars goed, vooral in het onderwijs. De angst dat hybride begeleiding ‘alleen maar meer tijd gaat kosten’ is dan ook een reëel gevoel. Echter, bij succesvolle implementaties van hybride begeleiding bleek de begeleiding evenveel of zelfs minder tijd te kosten en tegelijkertijd wel effectiever te zijn. Plots kon men meer ‘spelen’ met de duur van contactmomenten, de robuuste rooster-technische blokken waarop docenten beschikbaar moesten zijn voor begeleiding terwijl er juist dan net niemand kwam, het steeds weer moeten inlezen in dossiers vanwege de aanzienlijke tijd die tussen twee reguliere face to face begeleidingsmomenten zat, de tijd die het kostte om in een face to face gesprek ‘tot de kern’ te kunnen komen, reistijd in het geval van stage- en afstudeerbegeleiding, enzovoorts.

4.   Het structureren van begeleidingsprocessen (vrijheid binnen kaders).

Verschillen in begeleidingsstijlen tussen docenten vormen mede de kracht van goed onderwijs. Tegelijkertijd ervaren de studenten te vaak en te veel (NSE), grote verschillen in de manier waarop zij worden begeleid (het raamwerk). Doordat bij bijvoorbeeld stage- en afstudeerbegeleiding het begeleidingsproces dankzij hybride begeleiding meer in stukjes kan worden opgeknipt (de frequentie van contactmomenten neemt immers toe), zijn begeleidingsprocessen met een langere duur veel beter te linken aan leerdoelen en –uitkomsten per week/maand/periode. Er ontstaat een soort van raamwerk waarin ‘datgene wat begeleiding verdient’ omschreven wordt, zonder te hoeven inleveren op verschillende stijlen. Het vormt als het ware de handleiding voor docenten. Dit maakt hybride begeleiding bij uitstek geschikt om tot een meer uniform raamwerk (wat begeleiden wij) binnen docententeams te komen.

Een andere mogelijkheid binnen dit punt is het versterken van intervisie binnen docententeams. Nu staat dat (zie punt 3) te vaak ergens in de overvolle agenda gepropt en is er altijd wel iemand afwezig omdat er nog moet worden nagekeken. Wat als je binnen een groep van een x-aantal docenten iedereen volgens vooraf afgesproken regels, online aan de intervisie laat bijdragen op een moment dat het hem/haar schikt hier ook echt met de volle aandacht aan te werken? Wissel het online gedeelte af met zo nu en dan een face to face intervisie en tel uit je winst!

5.   Het op gang brengen van metacommunicatie.

Hybride begeleiding kan worden ingezet voor het op gang brengen van metacommunicatie. Terug naar de stage- en afstudeerbegeleiding. De ervaring van ‘een goede en leerzame stageperiode’ (NSE) is nu sterk afhankelijk van de externe begeleider op locatie. Evenzeer is het zo dat de instructies vanuit de hogeschool en de daadwerkelijke stage praktijk uiteen kunnen (gaan) lopen. Een zogenaamd bedrijfsbezoek vanuit school is prima en verhelderend maar ook een kwetsbare constructie. Eén, hooguit twee keer langskomen en ‘alles bespreken’. Dat idee. Daarnaast horen externe begeleiders bij bedrijven op hun beurt regelmatig weinig vanuit de kant van de hogeschool. Door bijvoorbeeld een online driegesprek in een e-coachomgeving kan ook deze begeleiding gestructureerd en versterkt worden. De begeleider vanuit school, de bedrijfsbegeleider en de student kunnen hier op bijvoorbeeld driewekelijkse basis kort met elkaar afstemmen hoe één en ander verloopt. Het bedrijfsbezoek zelf zal daardoor een andere en meer verdiepende invulling krijgen. Een waardevolle ‘bijvangst’ van zo’n constructie is het verduurzamen van de contacten tussen de hogeschool en het beroepenveld buiten de schoolmuren.

Hetzelfde kan gezegd worden over de steeds breder wordende omvang van internationaliseringsprojecten. De wereld is veel groter en meer bereikbaar geworden. Samenwerkingen overstijgen meer en meer het lokale niveau. Naast het reguliere videobellen kan asynchrone communicatie (vanwege de tijdverschillen) binnen een e-coachtool, tussen bijvoorbeeld een student van de eigen hogeschool en een in Zuid-Amerika (al dan niet gekoppeld aan hun eigen docenten), het leerproces aanzienlijk versterken en verrijken.

6.   Online begeleiden komt terug in de beroepen waar we voor opleiden.

Last but not least, steeds meer beroepen vragen professionals die óók een online conversatie kunnen voeren/begeleiden. Denk aan HRM-ers, artsen en therapeuten, advocaten en sociaal juridische dienstverleners, enzovoorts, enzovoorts. Nog een reden om na te denken over hybride begeleiding.

Ben jij geïnspireerd geraakt? Pieter de Wit schrijft regelmatig blogs over dit onderwerp. Je kunt hem via deze link volgen.

Of lees zijn nieuwste blog “Vier begeleidingselementen voor onderwijsorganisaties om, vanuit hun personeelsbeleid, startende docenten gericht en effectief te ondersteunen

 

Plaats een reactie